Slaap en rust bij peuters

Voor elke peuter komt er een moment dat het middagdutje niet meer nodig is. De overgang van wel naar geen middagslaap is soms best puzzelen. Dit gaat niet van de een op de andere dag.
In deze fase is het belangrijk dat de afstemming tussen het kinderdagverblijf en thuis goed verloopt. Er zitten namelijk best grote verschillen tussen een dag thuis en bij het kinderdagverblijf. Zo doen kinderen bij de opvang vaak veel meer indrukken op. Daarom kan het zijn dat jouw kind op het kinderdagverblijf langer behoefte heeft aan een middagdutje dan thuis. Samen met de pedagogisch medewerkers van jouw kinderdagverblijf kun je het slapen en rusten afstemmen. Samen kunnen jullie ervoor zorgen dat je kind niet te veel, maar vooral ook niet te weinig slaap of rust krijgt.
Hoe slaapt een peuter?
Als je kind overdag nog slaapt, kunnen we samen afspraken maken over hoelang het slaapje duurt. Het is daarvoor belangrijk om te begrijpen hoe een peuter slaapt. De slaapcyclus van een kind duurt tussen de 45 tot 60 minuten. Daarna start de volgende slaapcyclus. Wil je dat je peuter tussen de middag niet te lang slaapt? Maak het dan pas wakker na 45 minuten. Wakker maken na bijvoorbeeld 30 minuten onderbreekt de slaapcyclus. Dit kan zorgen voor heel vervelend wakker worden. Probeer je jouw kind wakker te maken en gaat dit erg moeilijk? Wacht dan even 10 minuten en probeer het nog eens. Grote kans dat het beter gaat en jouw peuter prettiger wakker wordt.
Rust en slapen bij het kinderdagverblijf
Een dag thuis of een dag bij het kinderdagverblijf is voor een kind een groot verschil. Het kinderdagverblijf is vaak intensiever. Meer prikkels, gebeurtenissen en contact. Het kan daarom zijn dat je peuter daar meer behoefte heeft aan rust en slaap. Maar ook als je kind niet meer slaapt, is het belangrijk dat zij ’s middags een moment van rust krijgen. Rust helpt jouw kind om de ervaringen en gebeurtenissen van de ochtend te verwerken en weer energie te krijgen voor de middag. Dit doen we door te rusten op een stretcher, een kalme sfeer op de groep. Het licht is gedimd, er wordt zacht gepraat, er liggen andere kinderen te slapen op stretchers. Of we doen een rustgevende activiteit. Denk aan voorlezen, luisteren naar een audioboekje of een werkje aan tafel doen.
Even zonder prikkels geeft je kind de tijd om alle indrukken te verwerken en in de hersenen op te slaan. Dit helpt ook voorkomen dat je kind ’s avonds té moe naar bed gaat, waardoor het moeilijk(er) in slaap kan komen of onrustig slaapt. Daarnaast is het goed om te weten dat niet alleen de omgeving invloed heeft op de slaap die je kind nodig heeft, maar ook factoren als temperament, persoonlijkheid en of je kind een ochtend- of een avondmens is een rol spelen.
Ga hier gerust het gesprek over aan met de pedagogisch medewerker. Door met elkaar af te stemmen vinden jullie samen voor jouw kind de balans in energie en rust.